What’s up in Charleroi?!
Bij koud weer: Ga naar Charleroi
‘Le Pays noir’ in volle glorie
Arcelor? Dat is het Huidige Arcelor-Mittal, na de fusie…
Vestiges de Cockerill-Sambre: Werkplaatsen
Cokerij en Hoogoven gebroederlijk naast elkaar
Ik bezocht een stad die voor toeristen ‘taboe’ is, alleen wie erheen ‘moet’ gaat er ook daadwerkelijk heen.
Mijn doel was juist de onaantrekkelijkste plekjes in Cherleroi te fotograferen, vooral in het westen van de stad.
Ik trok er vroeg heen met het openbaar vervoer, vergezeld met mijn grote trekkingrugzak, die later op de dag niet meer z’n oorspronkelijke kleur had. De NMBS bracht me gelukkig snel naar ‘Het zwarte land’.
Vanuit Charleroi-Sud zou ik met de Metro naar Dampremy rijden, om daar mijn ‘wandeling’ te beginnen.
‘Dampremy’ is een oud, rustiek arbeiderswijkje in het westen van de stad. Rustiek is misschien nog te zacht uitgedrukt. Vervallen, onbewoonbare, grijze, zwarte, kapotte, onaanzienlijke huizen zijn er. Je zou haast denken ‘woont hier iemand?’. Als je dan schuw naar binnen kijkt zie je nog wat meubels uit de jaren ‘70 staan.
Veel fotograferen zat er in die wijk niet in. Rare schuurtjes waarin iets werd verbouwd, en plaatselijke zwervers/junkies (vooral in het metrostation), maakten het niet echt veilig de camera omhoog te halen. De stad Charleroi zorgt wel goed voor z’n daklozen door ze lege huizen en bijna ongebruikte metrostations ter beschikking te stellen.
Ikzelf werd bijna van een kerkhof ‘afgetrapt’, net toen ik m’n lens aan het wisselen was. Mijn grootste nachtmerrie was het Frans, dat ik niet (goed) beheers. De ‘kerkhofbewaker’ was duidelijk niet tevreden met mijn bezoek. Ik pakte alles beheerst in, en liep verder.
Daar liep ik dan, aan een kanaal voorbij, langs een drukke autoroute waar automobilisten het niet zo nauw nemen met de snelheid. Gelukkig was de weg verderop afgesloten, waardoor ik ongezien een ‘mijnafvalberg’ op kon klimmen. De erfenis van de mijnwijkers komt me nu goed van pas, om over het gehele industriegebied te kijken.
De afzwakking van de cokes en staalindustrie heeft dramatische gevolgen, te zien aan de ‘gatenkaas’ in het gebied zelf. De twee hoogovens die ooit naast de Cokerij lagen, zijn al lang afgebroken. Toch komt er nog heel wat rook vrij, waardoor ik denk: Hoe moet dit er vroeger uitgezien hebben? Een boek uit de jaren ‘80 dat ik jaren geleden kocht toont de Cokerij immers met 2 hoogovens naast zich. Op die foto is de gele walm al vanaf de straat zichtbaar.
Toch zal ook beetje bij beetje de laatste industrie wegvallen. Ik maak gigantisch veel foto’s, omdat ik nog een laatste herinnering wil hebben aan Charleroi. Daarna gebruik ik de telelens nog als verrekijker om te zien, waar ik dadelijk een afkorting zou kunnen nemen. Ik zie een groot gesloopt industrieterrein, met daartussen nog een gashouder.
Plotseling hoor ik een geluid: Een helikopter, niets bijzonders. Hij vliegt nog een paar keer boven mijn hoofd, en vliegt vervolgens weg. Ik dacht toen nog dat het een securityhelikopter was die de overgebleven industrieterreinen bewaakte.
Ik besluit af te dalen, en zie daarbij een wijk die mogelijk speciaal voor arbeiders was gemaakt. Opmerkelijk is dat de straat niets mankeerd, en al een tijdje is afgesloten (er lagen betonblokken op straat). Ik loop verder en zie daarbij een ultra-arme wijk.
Ik weet niet meer precies waar ik heen moet en vraag vertwijfeld de weg te vragen aan een man die net zijn auto geparkeerd heeft. De ‘auto’ mist een achterruit en ook de zetels achterin de auto zijn niet meer aanwezig. Opmerkelijk genoeg verstaat de man Duits, en wijst me de weg.
Op mijn zwerftochten op het internet, zag ik ooit een adres, waar een mogelijk stilgelegen fabriek zou liggen. Als voorbereiding schreef ik het adres op, en sta er nu dus ook. De verleiding is te groot: Afgekiept asfalt zorgt voor een dichting in een toegangsweg onder een verlaten treinspoor. Ik klim erover en kom zo in gigantisch grote hallen terecht. Nu komt mijn zaklamp op klaarlichte dag dan toch nog van pas.
Na een tijdje te kijken besluit ik weer te gaan. Ik loop vanuit Marchienne-Au-Pont naar het metrostation ‘La providence’. Daar gebruik ik mijn telelens weer als verrekijker om de Cokerij ‘in te kijken’.
Als ik het metrostation verlaat, komen er nog twee fotografen de roltrap op. We maken een praatje over Charleroi, en ik wens hen een prettige dag. Op de meest rare plaatsen kom je gewoon nog mensen, in dit geval fotografen tegen.
Met de metro reis ik terug naar Dampremy, om daar nog een mijnafvalberg te beklimmen. Vanuit de Terril heb je weer een fantastisch zicht over de fabrieken. Na een dik uur, komt er weer een Helikopter voorbij. Ik merk op dat hij in mijn buurt blijft. Het snerpende geluid irriteerd, en de helikopter wijkt niet. Na een tijdje besluit ik te gaan.
Het is al in de avond als ik weer terug ga naar het station ‘Dampremy’. Onverwachts is er een scheur in mijn (pas gekochte) statief gekomen, dat daardoor niet meer goed werkt. Na een tijdje komt er een metro, die me weer meeneemt naar Charleroi-Sud.
Als ik weer gelukkig en voldaan in Moresnet ben aangekomen, mail ik naar Pierre-Yves Dallenogare (www.james.blog.lemonde.fr) , om hem te bedanken voor de kaartjes die hij me mailde Als antwoord mailt hij me: Graag gedaan, en ik heb gisteren op de expressweg rond 9:40 een jongen met een blauwe rugzak gezien.
U ziet: De wereld is klein, zelfs in Charleroi…






Je hebt een mooie en interessante fototocht gemaakt. Lekker geschreven met goede foto`s erbij.
Nu begrijp ik waarom er zo’n vuile politiek is in Charleroi. Gelukkig zijn de foto’s wel heel mooi.
Mooie fototocht zeg. Interessant verhaal en toffe foto’s! Ik zit er zelf ook aan te denken een fisheye te kopen.
[...] Zelf toonde ik al een Charleroi miniserie . [...]
ik verheug me nu al op Charleroi, als ik dit zie